Verantwoording
Stichting Prisma Almere wil in al zijn activiteiten hoge normen naleven ten aanzien van openheid, aanspreekbaarheid en integriteit. Om deze normen te handhaven, moedigt de stichting medewerkers en anderen die in een werkgerelateerde context activiteiten verrichten, en die het vermoeden hebben dat er misstanden of inbreuken op het Unierecht bestaan binnen de stichting, aan om hiervan melding te maken zonder dat zij bang hoeven te zijn voor strafmaatregelen of een oneerlijke behandeling.
De Wet bescherming klokkenluiders en de onderliggende Europese richtlijn stellen hoge eisen aan de interne meldprocedure.
Deze regeling biedt duidelijkheid over zorgvuldigheidseisen en biedt de melder bescherming tegen benadeling. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat het melden van een misstand of inbreuk wordt gezien als een bijdrage aan het verbeteren van het functioneren van de organisatie en dat een melding serieus zal worden onderzocht.
Bij een misstand gaat het niet alleen om strijdigheid met regels of beleid, maar ook om strijdigheid met de missie en visie van de stichting. Meldingen kunnen betrekking hebben op verleden, heden en toekomst.
Deze regeling is niet bedoeld voor situaties waarin het redelijkerwijs mogelijk is om de voor een misstand verantwoordelijke zelf aan te spreken. Als dat niet kan of niet lukt, en ook het aanspreken van diens leidinggevende tevergeefs is, kan een melding in het kader van deze regeling aan de orde komen. Deze regeling is evenmin bedoeld voor persoonlijke klachten van melders over zaken die hen zelf betreffen en klachten over beleidsmatige keuzes. Deze klokkenluidersregeling staat naast de geldende “Klachtenregeling Stichting Prisma” en andere regelingen zoals de ‘Integriteitscode’. Beide regelingen doen niet aan elkaar af. Als een klacht/misstand binnen het bereik van beide regelingen valt, geeft deze regeling een extra (keuze) mogelijkheid aan de melder.